Jinkhanna

Johannes van der Kemp: Vader der Hottentotten 1748 – 1811

 

 

De rivier is in opstand.

Verloren in woest geweld van wind en water zwalkt er een zeilbootje op de Merwede bij Dordrecht. Met alle macht probeert de schipper de kop op de golven te houden. Maar de veilige oever is ver. ..

Het roer breekt, de boot slaat dwars in de golven, en ook de mast knakt doormidden…

“Ga liggen!” schreeuwt dokter Van der Kemp, de schipper, nog tegen zijn vrouw en zijn enige kind, maar ’t Is te laat. Een machtige golf doet de boot kantelen… Dr. Van der Kemp zijn levensgeluk ligt in duigen. Zelf wordt hij nog wel gered, maar zijn vrouw en kind verdrinken jammerlijk. Heeft hij nog iets om voor te leven?

 

Gods plan met Johannes.

Johannes Theodorus van der Kemp werd in Rotterdam geboren. Hij kon goed leren en studeerde in Leiden voor dokter. Daarna trad hij in militaire dienst, waar hij kapitein werd bij het paardenvolk. Die zestien jaar waren de donkerste van zijn leven. Hij geloofde niet in de Here Jezus en vloekte er lustig op los. Zijn vader en moeder hadden veel verdriet om de verkeerde dingen die hij deed. Later werd hij dokter in Middelburg en Zwijndrecht.

Toen kwam de dag waarop hij in een storm zijn vrouw en dochter verloor. In zijn grote verdriet ging hij bidden tot God.

‘O, God, vergeef me mijn zonden. Ik ben zo eenzaam. Waarom moet ik nog verder leven?’ 

En luisterde God naar Johannes? Natuurlijk. Hij troostte hem en gaf hem een nieuw hart.

“Johannes. Ik heb je lief, maar ook de andere mensen moeten weten dat ik van ze houd. Ga het doorvertellen.” zei Hij.

Johannes kreeg niet alleen vergeving, maar ook een nieuwe taak.

 

In Londen was een zendingsgenootschap opgericht (1795) en dit riep mannen op, om het evangelie uit te dragen onder de heidenen. Dr. Van der Kemp las die oproep. Hij viel op zijn knieën en sprak: “Hier ben ik. Here Jezus, om mijn leven geheel te besteden in uw dienst!”

 

Kerstnacht van het jaar 1798.

Op de wijde verlatenheid van de Atlantische oceaan zeilt een schip. Aan boord bevindt zich Dr. Van der Kemp, de man die alles verloor en daardoor alles won.

Hij staat aan de reling en staart in de donkere nacht; denkt na over het wonder van deze kerstnacht, een wonder dat ook hij heeft ervaren in zijn leven en waarvan hij gaat vertellen in het verre land.

Johannes is niet de enige aan boord van het schip.

Vastgeketend in het donkere ruim van het schip zitten ook driehonderd misdadigers. Ze worden naar de strafkolonie Australië gebracht. De luiken boven hen zijn stevig gesloten. Er komt maar een heel klein beetje frisse lucht door de patrijspoorten, waardoor hun ook van tijd tot tijd wat beschimmeld brood wordt toegeworpen. Wie geeft er om gevangen misdadigers?

Hoor, er klinken kreten op uit het ruim. Er wordt gelopen, gebonkt en gevloekt. Er wordt geroepen: “Dood aan de kapitein! ”

De bemanning huivert. Zijn er soms gevangenen losgebroken? Zullen ze naar boven komen?

“Schieten, zodra er één zijn kop boven het luik uitsteekt,” zegt de kapitein.

Van der Kemp hoort het. Dit kan hij toch niet toelaten? Dit zijn ook schepselen van God. Hij gaat naar de kapitein en zegt: “Laat mij in het ruim gaan om de mannen te kalmeren.”

De kapitein kijkt hem ongelovig aan.

“Nou, dat red je niet met mooie praatjes!”  grijnst de kapitein, maar hij geeft toch toestemming.

 

Van der Kemp daalt af in het ruim, gewapend met een lantaarn. Het is levensgevaarlijk. Maar als de boeven zien dat hij ongewapend is, hebben ze respect voor zijn moed en… niemand doet hem kwaad.

“Mannen,” zegt Johannes, “Ik ben dokter en kom ieder die ziek is helpen. “

Hij begint ook over Jezus te praten, het is immers kerstnacht. Soms moet hij even slikken om de walgelijke stank die er hangt in het ruim. Maar vastberaden gaat hij langs de zieken, geeft medicijnen,  verbindt de wonden, die veroorzaakt zijn door de ketenen. Een christen van de daad.

 

Dag aan dag is Van der Kemp in het vreselijke ruim en vaak ook ’s nachts. Het schip slingert hevig door de stormen op de Atlantische Oceaan. Achtendertig gevangenen sterven. Hij leidt hen tot Jezus, de Heiland.

Na een gevaarlijke reis van veertig dagen komen ze in Kaap de Goede Hoop aan.

Hier gaat Johannes van boord. De slaven moeten verder, helemaal naar Australië. Hoeveel zijn er onderweg naar dat verre werelddeel nog meer gestorven? Niemand weet het. Hoevelen hebben Australië bereikt? Het staat nergens genoteerd. Misschien leven er ergens nog nakomelingen van die slaven. Wie weet het? Alleen God. Wat grandioos, dat een man als Johannes zijn leven aan Jezus gaf.

Ja, Johannes van der Kemp was een zendeling, die gehoor gaf aan de opdracht van Jezus. Ga dan heen in de hele wereld en predik het evangelie aan alle mensen.