Paasprogramma

door Marjon Ooms

 

Ik heb het verhaal uitgeschreven. Niet helemaal met komma's en puntjes, maar in grove lijnen.

 

Ik had eerst het verhaal aan de hele groep verteld, van 4 t/m 12 jaar. Soms gebruik je een woord wat een kleintje aanspreekt en kijk je ook naar de kleintjes. Soms gebruik je stoere, eigentijdse woorden voor de groten en kijk je ze ook aan. Zo kan je alle leeftijden geboeid houden.

 

Daarna werd de groep in drieën verdeeld.

 

De eerste groep (4 en 5 jarigen) gaan een schilderijtje maken. Een kleurplaat van de opstanding met een van te voren uitgeknipte rand. Met propjes gekleurd crêpepapier de vakjes hier en daar inplakken. Ziet er erg feestelijk uit.

 

De tweede groep (6 t/ 8 jarigen) krijgt het blad met de "J" er op. Deze "J"

mogen ze zo mooi mogelijk maken. Met glitters, zelfgestanste vormpjes, mooie inkleuren,enz.

Ze krijgen een zakje met een stuk of 8 dominostenen.

Je legt ze uit dat als je de stenen achter elkaar neerzet en je een duwtje tegen de eerste geeft,alle anderen ook omvallen. Zo is het ook met Jezus gegaan. Hij is als eerste opgestaan en opnieuw gaan leven. Bij hem is de eerste "steen" begonnen. Door hem volgen wij.

De kinderen zetten de dominostenen op de J en geven de eerste steen een duwtje.

 

De derde groep (9 t/m 12 jarigen) mogen een Paaskrant maken. Zie bijlage. Het is leuk als de krant na afloop van de dienst bij de koffie doorgegeven wordt ter inzage.

 

Nou allemaal bruikbare tips voor anderen, hoop ik.

 

Groetjes,

 

Marjon

 

                            

 

 

Durf te leven met Jezus

(het Paasverhaal)

 

Vraag welke kinderen er heel goed kunnen opletten. Zij mogen een bordje op steken. Op het ene bordje staat: “Wat er gebeurd er nou? Ik bbben zo bbbang.” met een plaatje van een bang mannetje.

Op het andere bordje staat “Durf te leven met Jezus.” met een vrolijk kind erbij die over een muur wil springen.

Wanneer de kinderen horen dat er iemand in het verhaal bang is, steken ze het bordje van bang zijn in de lucht.. Als er in het verhaal gesproken wordt over lef hebben, dan mag dat bordje in de lucht gestoken worden. 

 

Vertelling:

“Uwe excellentie, er is iemand die u zeer dringend wil spreken.”

“Wat is dat nou toch weer?  Laten ze me nou nooit eens met rust?”

“Maar hooggeachte Pilatus, die man gaat niet weg zonder u gesproken te hebben. Hij heet Jozef en hij komt uit Arilatina, uhhh. … ik bedoel Arimatea. Het is een rijke man.”

“Nou, vooruit dan maar. Laat maar komen.”

 

De man uit Arimatea komt binnen en maakt een buiging voor stadhouder Pilatus. 

Ja, ja, het is al goed, roept Pilatus. Vertel nu maar gauw wat je te zeggen hebt, want ik heb een verschrikkelijke hoofdpijn. Al dat gedoe over die man die ze wilden kruisingen. Van mij hoefde die man niet dood, maar de mensen stormden zowat m’n paleis binnen. Ik werd er bang van. Ze wilden per se dat hij gekruisigd werd. Ik hoop dat de rust nu weer een beetje terugkeert.

 

Jozef van Arimatea vertelt aan Pilatus dat hij juist voor deze man komt. Hij wil graag dat het dode lichaam in zijn nieuwe rotsgraf gelegd wordt. 

‘Ach, man,  wat moet je er mee? Hij is toch dood?’ zegt Pilatus.

Maar voor Jozef is die dode man bijzonder. Hij wil niets liever dan dat hij in een mooi graf begraven wordt. Zijn eigen familiegraf.

 

Jozef krijgt het dode lichaam van Jezus mee, wikkelt het in zuiver wit linnen en legt het in zijn eigen rotsgraf. Dan rolt hij een enorme steen voor de ingang van het graf. Enkele vrouwen gaan in het gras voor het graf zitten en huilen dikke tranen. Ze hielden zoveel van Jezus. Nu is hij dood.

 

‘Uwe excellentie, mijnheer Pilatus, er zijn weer mensen die u willen spreken.’

‘Wat??? Alweer?? Als het maar niet weer over die gekruisigde gaat.’

 

Er komen belangrijke mensen van de kerk binnen, hogepriesters worden ze genoemd. Dat waren de mensen die nog wel het meest Jezus dood wilden. Zij waren begonnen met “kruisig hem” te roepen. En toen gingen heel veel mensen met hun mee doen. Waarom wilden ze Jezus nou toch eigenlijk dood hebben? Hij had toch niets gedaan? Waren ze soms bang voor hem? Dat hij belangrijker zou worden dan zij?

Uhh…. wat is er nu weer?’ vraagt  Pilatus? ‘Is er soms weer iemand die niet deugt volgens jullie?’

 

Nee, hoor. Die hogepriesters zijn bang dat het lichaam van Jezus gepikt wordt door zijn vrienden. Want ze herinnerden zich opeens dat Jezus toen hij nog leefde gezegd had dat hij binnen drie dagen zou opstaan. Nou dat kan natuurlijk niet, maar stel je nou eens voor dat z’n vrienden hem stiekem uit dat graf halen en dan zeggen dat hij weer levend is. Dan  is het verhaal over Jezus nog steeds niet afgelopen.

‘Oké, ik snap het al,’ zegt Pilatus. ‘Ik geef je bewaking mee en regel het maar zo goed als je kunt.’

 

Bij het graf staan nu een paar stevige soldaten. Zij moeten op een dode man passen en met de zegelring van Pilatus komt er een soort stempel op de steen voor het graf, zodat niemand, behalve Pilatus, het graf kan open maken, want dan breekt het zegel.

 

Heb je ooit wel eens soldaten bij een graf gezien? Het is een saaie job. Er gebeurd niets spannends. Daar wordt je best een beetje slaperig van. De hele dag op wacht staan. Dan wordt het ook nog eens avond en nacht. Iedereen slaapt. De bewakers knikkebollen.

 

De volgende dag, als de zon  bijna opkomt, komen er vrouwen aan. De soldaten worden wakker. O, het zijn die vrouwen weer, die gisteren zo zaten te huilen op het gras. Als ze nou maar niet weer heel de dag blijven snikken… maar wat is dat?????!!!!!!!!!   De grond beweegt. En niet zo’n klein beetje ook. Alles trilt en beeft. En uit de lucht komt heel veel licht naar beneden. De soldaten worden doodsbang, kunnen haast geen adem meer halen en vallen op de grond.

 

Terwijl de aarde beeft, komt een engel van God. Zijn kleding is wit als sneeuw. Stralen  schieten van hem af, net als bij bliksem. Hij loopt naar het graf, rolt de steen weg en gaat er  bovenop zitten!

 

De vrouwen kunnen nog wél ademhalen. Ze kijken door de spleetjes van hun handen. Hun hart klopt heel snel.

De engel zegt: ‘Wees niet bang! Ik weet dat jullie Jezus de gekruisigde zoeken, maar hij is opgestaan.’ De vrouwen wachten geen moment, maar rennen direct weg om het aan de vrienden te vertellen.

 

Plotseling stoppen ze met rennen als ze voor zich een man zien, stralend wit.

Ze vallen op hun knieën en pakken zijn voeten vast. Het is Jezus! 

‘Jezus!! U bent Heer, U bent echt, U bent de machtigste, U bent de allerhoogste.’

De vrouwen kunnen niet stoppen om Jezus te vertellen dat ze hem de belangrijkste vinden.

 

Jezus zegt:  ‘Wees niet bang. Ga naar mijn vrienden en vertel dat ze naar Galilea moeten gaan, want ik kom daar ook naar toe.’

 

De bewakers rennen ook, maar dan de hele andere kant uit.  Als bange honden naar hun baasjes, zo rennen ze naar Pilatus.

 

Gek hè? De soldaten hadden precies hetzelfde gezien als de vrouwen. Maar het verschil was dat de vrouwen durfden te leven met Jezus.

 

 

Opdracht:

 

Maak een opstandingkrant

 

Krant moet er als volgt uitzien:

 

1)       krant moet gaan over de dag dat Jezus is opgestaan en de dag er voor.

2)       vermeld de naam van de krant en de datum

3)       goede lay-out (betekent: alle artikelen moeten op een goede plaats komen)

4)       bij de krantenkoppen moet een stukje geschreven worden door de journalist

5)       met platen of schetsen het geheel aantrekkelijker maken

 

 

Tips: - teken zelf wat of zoek platen

         - kijk naar een gewone krant, hoe die er uit ziet

 

 

De Opstandingkrant wordt gelezen door de gemeente aan de koffietafel.

Rijke man geeft eigen rotsgraf weg

 

Bewaking van een dode en verzegeling graf

 

 

Opnieuw aardbeving.

Angst onder de bevolking neemt toe

 

Soldaten lijkbleek Zeggen Jezus de gekruisigde te hebben gezien

 

Doofpotaffaire met soldaten