ABC avond

Over aandacht, beleefdheid en contact

 

 

 

Aandacht:

  1. Toen jij geboren werd kreeg je alle aandacht. Weten je vader/moeder/verzorger iets te vertellen over dit moment?

………………………

………………………

  1. Weet je ook waarom ze je genoemd hebben zoals je nu heet?

………………..

………………..

  1. Denk je dat ze God gedankt hebben voor jou?

…………………..

…………………..

  1. Heb jij je ouders wel eens bedankt dat ze voor je zorgen?

………………….

………………….

  1. Wat was het fijnst dat je samen met je ouders hebt gedaan?

…………………

…………………

  1. Kun je altijd aandacht krijgen van je ouders?

 

  1. Hoe kun jij een ander kind aandacht geven?

.……………………..

 

  1. Wat betekent de zin: Gods telefoonlijn is nooit in gesprek?

……………………………….

 

9.   Heeft een mens eigenlijk aandacht nodig om gelukkig te zijn?

      ……………………………

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact:

1. Met wie heb je het beste contact?

Iemand uit je gezin, iemand van de kerk, iemand van school, iemand uit je straat…

………………………………

 

2. Heb je beter contact met volwassenen dan met kinderen? Ja/nee. Waarom?

………………………….

 

3. Wat is eigenlijk oogcontact?

………………………

 

4. Voel je je wel eens een buitenbeentje? Wanneer?

…………………………..

 

5.Hoe kun je contact maken met andere kinderen? Streep door wat volgens jou fout is:

Je eigen verhaal vertellen/luisteren/een spelletje spelen/laten zien hoe goed jij kunt vechten/een grapje maken/naast iemand gaan zitten/ ervoor bidden.

 

6. Vind je sms-sen met iemand makkelijker dan praten met iemand die naast je zit? Waarom?

……………..

 

7. Kijk eens naar onderstaand plaatje?

 

Waarom moet je erom lachen?

………………

 

8. Wat zijn volgens jou de voordelen en de nadelen van een webcam?

…………………………

 

 

9.Er was eens een meisje, dat haar blote borsten voor de gein voor de webcam liet zien aan haar zogenaamde vriendje. Binnen de kortste keren had de hele school haar blote borsten gezien, want de jongen mailde het door. Wat zou er door haar heen gaan als ze het merkte?

…………………

 

10.Waarom is het belangrijk als je een nieuw kind op de zondagsschool vriendelijk ontvangt?

…………………….

 

11. Hoe is het met je contact met Jezus?

……………………

Speel het spel: Contact.

In een kring staan, handen vast. Iemand staat in het midden. Een kind zegt: Ik zoek contact met bijv. Anneke. Dat gaat door middel van kneepjes in de hand naar links of rechts. Wie een kneepje voelt geeft het door aan de volgende. Als Anneke het kneepje in haar hand voelt roept ze hard: Contact. Degene die in het midden staat moet iemand betrappen die een kneepje doorgeeft. Lukt het contact maken? Of heeft de persoon in het midden het op tijd kunnen onderscheppen. Zo ja, dan gaat degene die contact zocht in het midden staan en degene die eerst in het midden stond gaat in de kring staan.

 

 

Vragen bij ganzenbord over Beleefdheid

 

2. Lees Lucas 6:31 en vertel wat het met beleefdheid te maken heeft.

Als je het goed hebt mag je twee plaatsen vooruit.

4a. Je moet voor de meester een kopje koffie halen en je loopt door de klapdeur. Iemand laat die deur tegen je aan vallen en jij krijgt koffie over je heen. Hoe reageer je?

  1. Je begint te schreeuwen en gebruikt het woord kanker.
  2.  Je roept: Hι Oen, kan je niet uitkijken?
  3. Je denkt: Jou pak ik nog wel in de pauze.
  4. Nou, ik ga maar een ander kopje koffie halen, hopelijk gaan die vlekken er uit. M’n moeder zal wel pissig zijn.

4b. Iemand loopt achteruit en botst tegen je op. Wat doe je dan?

  1. Je geeft hem een flinke duw.
  2. Je scheldt hem uit met het woordje oprotten.
  3. Je zegt: Hι, Schattebout, hoe gaat het met je?
  4. Verzin zelf iets.

Bij het juiste antwoord 2 stappen vooruit. Bij een fout antwoord 2 achteruit.

 

6a. Welke tafelmanieren zijn onbeleefd?

  1. neuspeuteren
  2. boeren
  3. een schaal doorgeven aan iemand die hem nodig heeft.

6b Welke tafelmanieren zijn onbeleefd?

  1. Smakken
  2. Tweemaal opscheppen
  3. Over iemands bord heen iets pakken.
  4. Met je mond vol praten.

Speel een van die dingen kort uit.

Als je het goed doet krijg je een cadeautje.

 

8.Je hebt een blinde geholpen de weg over te steken. Ga door naar 23.

 

10.a Je hebt een kind tegen zijn schenen geschopt.

Jij en iedereen die achter je zit gaan een plaats terug.

10b Je doet rustig wat de juf zegt. Lees 1 Tim4:12 en jij en allen die achter je zitten gaan een stap vooruit.

 

12a. “Doe je schoenen van je voeten,”zei God tegen Mozes bij de brandende braamstruik. Leg eens uit wat dat met beleefdheid te maken heeft.

Ruil met een ander kind van plaats.

12b. Aanbidding is beleefd zijn en eerbiedig tegen God. Jij bent tijdens een aanbiddingslied in de kerk gaan staan, daardoor toonde je beleefdheid tegenover God. Je mag vijf stappen vooruit.

 

14. Kijk in de spiegel en teken je eigen lach.

Lach eens zuinig. Lach eens hartelijk. Lach eens spottend, lach eens beleefd..

De laatste naar wie jij lacht mag twee plaatsen vooruit.

 

16. Er loopt iemand over straat met littekens van brandwonden op zijn gezicht. Is het beleefd om hem lang aan te staren? Antwoord ja/nee.

Als je gestolen hebt, durf je iemand dan recht aan te kijken?

 

18. God wil dat we onze ouders eren. Waar staat dat?

Geef je vader/moeder/verzorger een hug en zeg: “Ik wil respect voor je hebben.”

Daarna mag je door naar 29.

 

20. Je hebt naar een vechtfilm zitten kijken en je gaat het naspelen op straat. Noem drie manieren om vrede te maken en ga terug naar 17.

 

22. Je ouders waren in gesprek en jij praat er steeds doorheen. Dat is niet beleefd.

Iedereen moet gaan zitten praten met een ander en jij krijgt de volgende opdracht: Vraag iemand om de deur open te doen.

Is het je gelukt? Je mag blijven staan. Als het je niet lukt ga je drie plaatsen terug.

 

24. Je hebt zoveel chips op een verjaardag uit een bak genomen dat er voor de anderen niets meer overblijft.

Ga terug naar 15.

 

26. Je zusje zat naar een tv-uitzending te kijken. Jij kwam binnen, pakt de afstandsbediening en zapt naar je eigen programma zonder te vragen.

Je bent de lomperik van de week. Sla een beurt over.

 

28. Je broer komt zonder kloppen je kamer binnen en pakt jouw nietmachine mee. Mag je er wat van zeggen ja of nee. Moet je erbij gaan schreeuwen en gillen? Waarom is het fijn als er thuis huisregels zijn?

Je mag nog eens gooien.

 

30. Je hebt gewonnen. Geef je tegenspelers een hand en zeg: Prettig gespeeld.