Programma Nr.5  Week 5  Hé, dat moet je mij doen!

Geschreven door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)

Lezen uit de bijbel     week 5

Johannes 21: 15 – 20

 

15 Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’

16 Nog eens vroeg hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’ Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’

17 en voor de derde maal vroeg hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me?’ Petrus werd verdrietig omdat hij voor de derde keer vroeg of hij van hem hield. Hij zei: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Weid mijn schapen.

18 Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’

19 Met deze woorden duidde hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God. Daarna zei hij: ‘Volg mij.’

 

Verklaring:

‘Weid mijn lammeren.’

Dat betekent natuurlijk niet dat Petrus schaapherder moest worden. Hij mocht voor de jonge volgelingen zorgen.

 

Gordel

Dat is een riem. Ze droegen lange jassen en dat loopt lastig. Vandaar dat er een riem om ging. Aan zo’n riem hing ook je geldbuidel en je zwaard. In onze tijd zou je denken aan je creditcard. Jezus zei dus eigenlijk: Nu ben je nog je eigen baas, maar als je oud wordt zul je niet meer over je eigen leven beslissen. Dat is ook uitgekomen.

 

‘Volg mij.’

Als Jezus dat zegt bedoelt hij niet alleen:  loop achter me aan, maar: doe je hele leven zoals ik je voordoe. Je wordt dus een volgeling.

 

Kringgesprek   week 5

 

Kun je iemand vergeven die jou wat heeft aangedaan?

Blijf je er altijd weer aan denken?

Praat je er met anderen over?

Vind je roddelen leuk?

Kun je jezelf vergeven als je iets misdaan hebt?

Blijf je jezelf steeds beschuldigen?

Als we bidden: Vergeef ons onze schulden, zou God het dan ook echt doen?

 

 

 

 

 

Verhaal  week 5

Ongeveer tien minuten

NT11 - HUIL MAAR UIT, PETRUS

Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)

 

 

Heb jij wel eens uitgehuild bij je vader of je moeder? Je hele lijf schokte van verdriet. Het leek wel of je hart zou breken. Je kon geen woorden vinden om het te vertellen. Je had een zakdoek nodig voor de stroom tranen en voor je rode, natte neus. Ja? Heb jij dat ook wel eens meegemaakt?

Heb jij dan ook die armen om je heen gevoeld van je vader of je moeder? Voelde je die aaiende handen over je hoofd? Hoorde je die troostende kleine woordjes? Ja?

Langzaam zakte dan je verdriet weg. Je snikte nog wat na... Dan werd je rustig. Het nare was er nog wel, maar het deed geen pijn meer. Vader of moeder wisten ervan. Petrus heeft ook eens zo vreselijk gehuild. Uitgehuild bij God, zijn hemelse Vader.

 

Jezus en Zijn discipelen hebben zojuist het Pesachfeest gevierd in een bovenzaal in Jeruzalem. Nu gaan ze op weg naar de olijftuin Getsémané om daar te slapen. Terwijl ze door de nauwe straatjes van de stad lopen, zegt Jezus: 'Vannacht zullen jullie allemaal wensen dat je Mij niet kende.'

Petrus, die voorop loopt met een fakkel in de hand, houdt zijn pas in. Wat zegt de Heer nou toch? Met opgetrokken wenkbrauwen kijkt hij over zijn schouder naar Jezus. Doordat ze net over een maanverlicht stukje lopen kan hij Hem goed zien. Verbeeldt hij het zich, of ziet Jezus inderdaad zo bleek. In ieder geval klinken Zijn woorden erg ernstig.

'Ja heus!' zegt Hij, 'Gods Woord zegt immers dat de herder doodgemaakt zal worden en zijn schapen zullen verjaagd worden. Zoals het staat geschreven zal het gebeuren.'

'Maar, Heer,' valt Petrus vlug in, 'Ik zal u nooit in de steek laten of vluchten. Nooit!!'

Hij geeft de fakkel aan Andreas en gaat vlak voor Jezus staan.

'Nooit!' herhaalt hij weer.

Jezus legt beide handen op Petrus' schouders, kijkt hem recht in de ogen en zegt bedroefd: 'Wat ik nu ga zeggen is de waarheid, vriend van me. Voordat de haan morgenochtend kraait, zal jij drie keer gezegd hebben dat je Mij niet kent.'

Even, heel even maar vlamt er een schrik door Petrus heen om die woorden, maar hij slaat zijn ogen niet neer. Hij hoeft zich nergens voor te schamen. Jezus is echt zijn beste vriend en hij is werkelijk niet van plan Hem ooit in de steek te laten.

'Al moet ik met u sterven, Heer, dan nog zal ik nooit zeggen dat ik U niet ken.' zegt hij vastbesloten.

De anderen zijn om hen heen komen staan. Ze mompelen instemmend.

'Ook wij niet, Heer. Nooit zullen wij u in de steek laten of zeggen dat wij U niet kennen.'

Jezus kijkt de kring rond, ziet al die oprechte gezichten en zegt met een berustend gebaar: 'Het is goed. Laten we maar doorlopen.'

Zwijgend vervolgen ze hun weg. Ieder is bezig met zijn eigen gedachten. Zo lopen ze de poort door, de brug over en langs de smalle kronkelende paadjes de Olijfberg op.

 

Die nacht, de vreselijkste nacht uit hun leven, wordt de Heer gevangengenomen. Zoals Hij voorspelde gebeurt het. Alle discipelen vluchten. En Petrus? Kijk, daar sluipt hij. Van de ene schaduwplek naar de andere  hollend, volgt hij de soldaten die Jezus geboeid meevoeren terug naar de stad.

Het gaat regelrecht naar het huis van de hogepriester, waar de Hoge Raad al zit te wachten om Jezus te ondervragen. Petrus ziet de groep naar binnengaan. Hij verzint een list om ook binnen te komen. En het lukt. In zijn hart leeft de gedachte om Jezus te bevrijden als hij er de kans toe ziet. Zo gewoon en onopvallend mogelijk loopt hij over de binnenplaats, maar zijn ogen dwalen steeds naar de verlichte zaal waar hij Jezus ziet staan. Ineens wordt hij bij de mouw gegrepen. Wat is dat?

O gelukkig. Het is maar een dienstmeisje.

'Hé,' zegt ze tamelijk luid, 'Jij was ook bij Jezus.'

O wee! Dit kan gevaarlijk worden. Petrus voelt een rilling over zijn rug gaan, maar hij houdt zich goed.

'Wie? Ik? Nee hoor! Ik weet niet wat je zegt!' antwoordt hij koeltjes.

Hij rukt zich los en loopt, niet te vlug, naar de uitgang. Het meisje gaat schouderophalend weer aan het werk. Maar net als Petrus door de deur naar buiten wil gaan, ziet een ander dienstmeisje hem.

'Wacht eens!' roept ze. 'Die daar hoort ook bij Jezus.'

Petrus' knieën knikken en zijn tong wordt droog.

'Ik ken die man niet.' zegt hij schor.

Meer mensen komen aanlopen om te zien wat er aan de hand is.

'Jaha!' zeggen ze, 'Jij hoort er ook bij. We horen het aan je dialect.'

Ik zweer het. Ik ken Hem niet!' schreeuwt Petrus nu.

Och, och, wat zit hij in het nauw.

'Kukelekuuuu!'

Ergens kraait een haan. De ochtend komt eraan. Is het echt nog maar een paar uur geleden dat Jezus dit alles voorspelde?

Petrus hoort die haan. Hij herinnert zich Jezus' woorden. Driemaal heeft hij Hem verloochend. Wat vreselijk!

Petrus duwt de mensen opzij, wankelt naar buiten en gaat op een stoepje zitten huilen. Heel erg zitten huilen.

'Jezus, Jezus... Het spijt me zo.'

 

 

 

Eerbied week 5   Ongeveer vijf minuten

Onze Vader in de Hemel, uw naam worde geheiligd.

Uw koninkrijk kome.  Uw wil geschiede, gelijk in de hemel zo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals wij vergeven onze schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.

Want van u is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Opdracht   week 5

Ongeveer tien minuten

 

Werkblad 40a.

 

Of: Rebus 22.

Jesaja 53: 4-8

 

Maar  was het die onze   droeg, die ons lijden op zich nam.

 

Wij echter  hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd.

 

Om onze zonden werd hij , om onze wandaden gebroken.

 

Voor ons welzijn werd hij getuchtigd,  zijn  brachten ons genezing.

 

Wij dwaalden rond als , ieder zocht zijn eigen weg;

 

maar de  van ons allen liet de HEER op hem neerkomen.

 

Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn  niet open.

Als een  dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders

 

 

deed hij zijn  niet open.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blz. 2

 

 

Welke plaatjes horen waar in het Bijbelgedeelte?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Door Josine de Jong

Plaatjes met dank aan christart.com

 

 

 

 

 

Tekst     week 5

 

Efeze 4: 32 

Wees goed voor elkaar en vol medeleven;

vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.

 

Telkens als de tekst wordt opgezegd moet een kind iets voor een ander doen.

Bijv. Veter vastmaken, nagel lakken, met een zakdoek iemands zg. tranen afvegen, handcrème opdoen, pluisje van iemands schouder halen, hand geven, water laten drinken, bloem geven, compliment geven, enz.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Activiteit   week 5

Ongeveer 15 minuten 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

 

Werkje voor Pasen

Om de kinderen uit de paashazen en eierensfeer te krijgen en hen de juiste betekenis van Pasen te leren is het volgende werkje heel geschikt:

 

Nodig:

- een kartonnetje van 16 bij 12 cm.

- een middelgroot lucifersdoosje.

- Twee geknipte papieren engeltjes. (U vouwt een dubbelgevouwen  papiertje van 3 bij 8 cm dubbel en knip dan een half engeltje met twee vleugeltjes.

- Dan de vulling voor het lucifersdoosje:

een doorntje van een roos, een bloempje van een christusdoorn als bloeddruppeltje, een rolletje witte katoen, (de doeken), een stuivertje (Judas), (of een blaadje van de Judaspenning), een gebroken lucifer, (De duivel zijn macht is gebroken), een stukje heel mooie stof voor Jezus' mantel, een spijkertje, een kruisje van twee stukje lucifer met een garendraadje samengebonden tot een kruisje.

- Een grijze papieren cirkel van ong. zes cm doorsnee met erop het woord Pasen.

 

Plak de grijze cirkel op het lucifersdoosje. Het stelt de steen voor het graf voor

Plak het lucifersdoosje met de grijze cirkel erop geplakt onderop in het midden van het kartonnetje van 16 bij 12 cm.

Plak de engelen bovenaan dat kartonnetje. Zij waren bij het graf.

Doe de dingen in het doosje.

En laat de kinderen door dit werkje aan iedereen vertellen wat Pasen is.

 

Spel 5    Raden wat je uitbeeldt

Nodig briefjes met opdrachten

 

Twee kinderen op de gang. Ze krijgen een briefje mee waarop één van onderstaande dingen staat.

Ze mogen even overleggen hoe ze het uit gaan beelden, zonder woorden, dan komen ze voor de groep. Wie raadt het? Die mag een vriendje kiezen om de volgende opdracht te gaan uitbeelden.

 

1. Petrus en de discipelen zijn aan het vissen en zien Jezus aan de kant staan. Petrus stapt overboord.

2. Jezus en de discipelen in Getsemane. Jezus bidt en zij slapen. Tot twee keer toe komt hij hen wakker maken.

3. Storm op het meer. Jezus slaapt en stilt de storm

4. De soldaten bij het graf schrikken omdat Jezus opstaat.

5. De Emmaüsgangers onderweg. Jezus komt erbij en legt hen de bijbel uit.

6. Er komt een leeuw die één van Davids schapen wil stelen. David verslaat de leeuw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Quiz      week 5

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

Zie de antwoorden onderaan deze pagina 

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

Wat zagen de discipelen toen ze weer gingen vissen na Jezus’ opstanding?

1

 Naar hem toe waden. 

2

Wat deed Petrus toen hij Jezus zag?

2

Vis en brood

3

Wat had Jezus al voor de discipelen klaar gemaakt?

3

 Jezus verloochend

4

Hoe vaak vroeg Jezus aan Petrus of hij hem liefhad?

4

We moeten anderen vergeven, zoals we zelf ook vergeving hebben ontvangen

5

Waar moest Petrus voor gaan zorgen?

5

 Ze zagen Jezus aan de kant staan.

6

Wat had Petrus gedaan?

6

 Jezus verraden voor geld.

7

 Wat had Judas gedaan?

7

 Heb je me lief? Volg me dan.

8

 Wat staat er in het Onze Vader over vergeven?

8

Driemaal.

9

Ging Jezus het allemaal uitpraten?

9

Nee

10

 Waar gaat het om?

10

 Lammeren en schapen.

 

 

 

 

 

 

Antwoorden: 1- 5    2- 1    3- 2   4-8     5-10    6-3    7-6    8-4    9-9     10- 7

 

 

Video    week 5

 

Boekjes: 

Koning Jezus

Of Tom en Wiebelstaart.