Programma Nr.2  Week 5       Een miskleun

Geschreven door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)

 

Lezen uit de bijbel     week 5   Matt. 7:1-5

1. Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt.

Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden.

Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?

Hoe kun je tegen hen zeggen: “Laat mij de splinter uit je oog verwijderen,” zolang je nog een balk in je eigen oog hebt?

Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen.

 

Verklaring:

Oordelen doen we allemaal. Als je zegt dat iets rood is, dan is dat al een oordeel. Zonder oordelen kun je niet leven.

Maar in dit stukje wordt wat anders bedoeld. Je gaat zelf allerlei maten nemen. Je maakt je eigen liniaal, die is twintig meter en je eigen litermaat, die is een kopje vol… Je zegt: elke struik behoort in mei bloemen te krijgen… Je noemt rood blauw en wit zwart. 

Dat kan natuurlijk niet. Alle menselijke maten die we gebruiken zijn geijkt. Daar zijn vaste afspraken voor. En alles wat goed of fout is wordt door een rechter gemeten. Ook volgens afspraken. Het wetboek van strafrecht bij voorbeeld.

Maar als het over de diepste gedachten van een mens gaat, dan weet allen God hoe je in elkaar steekt. Alleen Hij kan zeggen: Ik vergeef je of ik veroordeel je.

Weet je hoe het met ons mensen is? Als je met één vinger naar een ander wijst, dan wijzen er vier naar jezelf. Daar gaat het hier om.  

 

Een huichelaar is iemand die ‘net alsof’ doet.

 

Kringgesprek   week 5

 

Word er veel geroddeld in je klas? Over jou?

Krijg je ook wel eens roddel sms-jes op je gsm?

Doe je er zelf aan mee?

Doet het pijn als er verhalen over je worden verteld, die niet waar zijn?

Denk je wel eens dat je beter bent dan een ander?

Trek je je er iets van aan wat ze over je zeggen?

Wat zijn volgens jou schuldgevoelens?

Wat doe je er aan als je die hebt?

 

Verhaal  week 5  Ongeveer tien minuten

 

NT46 - Ik ben beter dan jij

Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)

      

Ze wonen in hetzelfde dorp en zitten in dezelfde klas, Avram en Beria. Ze hebben dezelfde leraar, die ze rabbi Moshe noemen. Ze moeten dezelfde Bijbelgedeeltes overschrijven en uit hun hoofd leren op de sjoel.

Met het puntje van hun tong tussen de lippen oefenen ze elke dag de moeilijke Hebreeuwse letters op hun wasplankje, of soms op een potscherf en een heel enkele keer op een afgeschrapt stukje perkament, de bijzondere letter Sjin bijvoorbeeld, de eerste letter van Sjaddai, de Almachtige. Op de gebedsdoosjes, die de mannen bij het bidden op hun hoofd en hand dragen, staat deze letter ook, want op je voorhoofd moet staan aan wie je toebehoort.

Dan heb je nog de Alef, de eerste letter van het alfabet. Daarmee begint de bijbel, de Thora. De Alef staat natuurlijk voor God, Hij moet altijd de eerste plaats innemen. Zacht klinkt de stem van de rabbi, als hij een onwillige hand helpt om de letters goed te schrijven.

Wie klaar is gaat in een hoekje het volgende stukje uit Gods woord uit zijn hoofd zitten leren, heen en weer wiegend, zoals de schriftgeleerden doen in de tempel.

“Gelukkig wie de volmaakte weg gaan en leven naar de wet van de Heer…” klinkt het.

Eigenlijk is het heerlijk om op de sjoel te zitten. Ze boffen maar dat ze jongens zijn, want meiden mogen niet naar school.

 

Avram en Beria doen tegelijkertijd hun Bar Mitswa als ze twaalf zijn. Dat is een groot feest. Dan ben je voor de wet eigenlijk een man. Je moet dan in de synagoge laten zien dat je je lessen goed geleerd hebt. Hele stukken uit de bijbel uit je hoofd opzeggen. En na afloop geeft iedereen je cadeautjes.

Maar als ze ouder worden gaan ze elk hun eigen weg.

Avram, die heel strenge ouders heeft, is elke week in de synagoge te vinden. Hij wil God dienen met zijn hele verstand. Honderd procent. Hij wil echt een tsaddik worden, een rechtvaardige, dat is iemand die, zo denkt hij, geen enkele overtreding maakt, geen enkele fout. Ja, Avram is heel streng voor zichzelf en ook voor anderen. Hij luistert heel precies of er ergens nog een van de 613 wetten is, die hij misschien nog niet kent. De spijswetten, wat je wel of niet mag eten, de wetten over de sabbat… 

Zou God blij zijn met Avram?

 

Beria’s ouders zijn hardwerkende mensen. Van dat de zon opgaat totdat hij ondergaat zijn ze op het land aan het werk. Ze praten alleen maar over de opbrengst van de oogst en of ze dit jaar in staat zullen zijn hun schulden af te betalen.

“Vader,” vraagt Beria op een dag, “is armoede een straf van God op onze zonden?”

“Welnee, mijn kind,antwoordt vader verontwaardigd, “zo werkt het niet! God is genadig. Hij straft ons niet naar onze zonden, hij vergeldt ons niet naar onze schuld. Dat staat in de Psalmen. Dat heb je toch wel op school geleerd? Hoe gaat het ook weer verder…”

Beria weet het wel. Hij vult aan: “Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen, zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen.”

“Precies,” glimlacht vader. “Je hebt niet voor niets in de klas gezeten bij rabbi Moshe.

Beria gaat naar buiten. Hij zoekt zijn vrienden op, blij dat er een hemelse Vader is die hem niet afrekent op zijn verkeerde daden.

Zou God blij zijn met Beria?

 

De jaren gaan voorbij. Beria ’s beide ouders zijn gestorven. Hij heeft nu zelf een gezin en moet hard werken om in zijn levensonderhoud te voorzien. Een paar jaar gaat het aardig goed, maar dan krijgt hij met de ene narigheid na de andere te maken. Zijn vrouw en enige kind sterven aan een dodelijke ziekte. Moedeloos geworden slijt hij zijn dagen in eenzaamheid. Waar is God, die zo liefdevol is? Hij merkt er niks van. Misschien bestaat hij wel niet.

Op een dag lijkt het geluk hem toe te lachen. Een gouden kans biedt zich aan. Van vrienden hoort hij dat de Romeinse overheid iemand zoekt als belastingophaler. Hij stapt er op af en wordt aangenomen. Zo wordt Beria een vijand van zijn eigen volk.

 

Met Avram gaat het goed. Hij is een Farizeeër geworden, een Schriftgeleerde, die zelf ook weer kinderen onderwijst. Hij heeft lange gebedskwasten aan zijn taliet, zijn gebedssjaal. Twee keer per week vast hij. Hij geeft tien procent van zijn inkomsten aan de armen. Zelfs van de komijnzaadjes geeft hij nog tien procent. Op de hoeken van de straat blijft hij stilstaan om te bidden met zijn handen omhoog en iedereen vindt hem een zeer heilige man.

“Kijk! zeggen ze tegen hun kinderen, “daar staat Avram, de tsaddik. Hij is zo goed en vroom… Hij doet absoluut geen zonden.”

 

Op een dagen ontmoeten de twee elkaar weer.

Avram is op weg naar de tempel om de offerdienst mee te maken. En net als hij wil gaan bidden met zijn sjaal om zijn hoofd en zijn handen in de lucht… ziet hij zijn vroegere schoolkameraad Beria. Er gaat een schok van walging door Avram heen. Beria, die smeerlap? Wat doet die in de tempel? Die tollenaar en verrader. Geld verdienen aan de armoede van zijn volk. Schande, schande!! Avram knijpt zijn ogen dicht. Hij kwam hier immers om te bidden.

 God,” bidt hij,  “U die alles weet en ziet…U bent blij met mensen zoals ik en U haat mensen zoals hij! Dank u wel dat ik niet ben als de andere mensen die roofzuchtig en onrechtvaardig  zijn of zoals die smerige tollenaar Beria. Ik vast twee maal per week en ik draag de tiende van mijn inkomsten af. Danku dat ik goed ben. Amen!” …

Bij de ingang van de tempel ligt een klein hoopje mens. Beria heeft God horen spreken in zijn hart. Hij heeft zo’n berouw.

“Niet naar binnen, Beria, zegt hij tegen zichzelf, “Je mag niet Gods heilige tempel binnengaan! Je bent in- en inslecht!!

Dikke tranen rollen over zijn wangen. Hij heeft zo’n spijt… God is zo heilig en hij heeft het helemaal verprutst. Hij richt zich wat op en slaat diepbedroefd met zijn vuist op de borst. 

“O God, wees mij zondaar genadig.” …

Honderden mensen lopen in en uit de tempel. Wie let er op die vreemde man bij de poort? Zou God hem wel zien?

 

Jazeker. Jezus ziet hem. Hij richt hem op en schenkt de zondaar genade. Later vertelt hij het verhaal aan zijn volgelingen. We kunnen het vinden in Lucas 18.

En weet je hoe Jezus over die twee oordeelde?

 “De tollenaar ging naar huis als een rechtvaardige in de ogen van God, maar de Farizeeër niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.”

 

Vraag: Als je rechtvaardig zou kunnen worden door goede werken te doen, zoals Avram, zou Jezus dan nog aan het kruis gegaan zijn? Waarom denkt je dat?

 

Eerbied week 5   Ongeveer vijf minuten

Vergeef ons Vader als we anderen pijn doen met onze woorden, leer ons anders te zijn dan de anderen.

Vergeef ons, Vader, dat we achter iemands rug om vaak kwaad spreken van onze klasgenootjes.

Leer ons recht door zee te zijn

Leer ons Vader, om mensen met respect te behandelen. Dat we mensen zien met uw ogen. U houdt ook van hen.

Dank u dat u de juiste maat neemt en het juiste oordeel velt.

U kent het diepste van ons hart. Amen

 

Opdracht   week 5  Ongeveer tien minuten

 

Lees samen het volgende gedichtje

 

GD11 - Het zoontje van een timmerman uit de bijbel

 

Vandaag kreeg ik een meetstok van mijn vader.

Nu meet ik alles wat ik zie.

De plank, de deur, de kast met laden.

Ik meet de tafel, een, twee, drie.

 

Mijn vader doet het voor.

Zo moet je meten.

Dit is een el, een span, een voet, een duim.

Puh! Net of ik dat niet zou weten.

Hij zegt: Die plank is twee span..... ruim.

 

Ik vind het leuk en meet de gekste dingen.

M'n neus, een steen, en vaders grote teen.

Ik meet het visje, dat de buurkinderen vingen.

De hond zijn staart en m'n vriendjes been.

 

Nu zit ik in de schaduw uit te rusten.

Op een grote steen en ik denk na.

Zijn er ook dingen die je niet kunt meten?

Zal ik het vragen aan mijn pa?

 

Pa, kun je alles meten?

De zee, de bergen en elk ding?

En had God ook een meetstok, toen Hij alles maken ging?

 

Maar vader zegt: Vlug, jongen,

de sabbat komt eraan.

En jij hebt helemaal nog niet

Je mooie jasje aan.

 

Even later in de synagoge

hoor ik het antwoord in een lied.

Gods trouw is hoger dan de wolken.

En zijn liefde eindigt niet.

 

Josine

 

Wat je moet weten

Vroeger maten ze met menselijke maten, een handbreedte of een el. Dat had iedereen bij de hand. Nu is er precies vastgesteld wat een meter is. Sinds de 18e eeuw zijn de van het menselijk lichaam afgeleide maten als duim, palm, voet en vadem ingeruild voor de geijkte maten millimeter, meter en kilometer.

 

Opdracht:

Meet eens een paar dingen uit de ruimte waar je zit. Net je duim of met een span of met je voet. Misschien kun je elkaar meten?

Als je vergelijkt wat jij meet en wat een ander kind meet bij hetzelfde ‘ding’  zijn de uitkomst dan hetzelfde? Waarom niet?

Zo moeten we ook elkaar niet meten met menselijke maat, maar met Gods maat. Kun je Gods liefde meten?

 

 

 

Tekst     week 5

 

  De M tekst

 

 

Matt. 7:1

Met de Maat waar Mee je Meet, zal jou de Maat genoMen worden.

 

Telkens als je deze tekst opzegt moet je vooraf een maat noemen. Bijv. centimeter, liter, kilometer, duim, voet, enz.

 

Activiteit   week 5

Ongeveer 15 minuten 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

 

Spel: Ik kan het beter dan jij

Maak twee groepen.

Stel één van de volgende vragen aan een kind uit groep A. Hij/zij antwoordt: Daar weet ik er … (bijv.drie) van.

Het kunnen zijn dat één van de kinderen uit de andere groep zijn vinger opsteekt en zegt: Ik kan het beter.

Dan mag die naar voren komen en als het zo is verdient die persoon tien punten voor de groep. Zo niet, dan verliest hij alle punten die de groep had verzameld.

Wie krijgt de meeste punten? Kleinigheidje als beloning.

 

Vragen:

1. Hoeveel vrouwen uit de bijbel ken je?

2. Hoeveel mannennamen uit de bijbel ken je?

3. Hoeveel dierennamen uit de bijbel ken je?

4. Hoeveel Bijbelboeken uit het Oude Testament ken je?

5. Hoeveel bloemennamen ken je?

6. Hoeveel schoolvakken ken je?

7. Hoeveel soorten schepen ken je?

8. Hoeveel BN-ners ken je?

Enz.

 

Toneelstukje opvoeren

Er is een opschepper, die vertelt waar hij allemaal zo goed in is. Hij kan beter tekenen en rekenen en….

(Verzin zelf…)

Als hij weggaat struikelt hij over zijn losse veter.

Het kind dat bij hem is roept: ‘Hé, maak dan ook je veter vast.’

De opschepper wil geholpen worden. Waarom?

Hij moet toegeven dat hij gezakt is voor zijn veterdiploma op de kleuterschool! Hij kan geen veters strikken!

 

 

 

Quiz      week 5

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

Zie de antwoorden onderaan deze pagina 

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

Waar ging de Farizeeër staan bidden?

1

 Ik dank u wel, dat ik niet ben als hij. (de tollenaar)

2

Wat zei de Farizeeër?

2

O God, wees mij zondaar genadig!

3

 Wat is een tollenaar?

3

De tollenaar

4

 Wat zei de tollenaar

4

 Elk mens is anders gebouwd.

5

 Wie vond er genade in Gods ogen?

5

Omdat je zelf ook niet goed bent

6

 Waarmee zal God jou meten?

6

Een belastingambtenaar.

7

Waarom zijn mensenmaten niet betrouwbaar?

7

Op de hoek van de straat

8

Wat is ijken?

8

 Met de maat waarmee je anderen meet

9

Waarom mag je de ander niet oordelen?

9

 Een balk

10

 Wat kan er in je eigen oog zitten volgens Jezus?

10

 Dat is controleren of de maat wel precies is als voorgeschreven.

 

 

Antwoorden: 1-7     2- 1    3-6    4-2     5-3    6-8    7-4    8-10    9- 5    10- 9

 

 

Video    week 5

Materiaal/Boekjes: Boekje -  Hoe ik volmaakt werd.