Programma Nr.2  Week 4       Een miskleun

Geschreven door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)

 

Lezen uit de bijbel     week 4    Romeinen 8: 31 – 40

 

31 Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?

32 Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken? …

35 Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard?

37 Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij hem die ons heeft liefgehad.

38 Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst,

39 hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

 

Verklaring:

Dit is zo’n supermooi gedeelte uit Gods woord.

Er staat dat God met ons is en dat wij zullen zegevieren omdat Jezus ons liefheeft. Wie slim is leert dit stuk uit zijn hoofd.

 

 

Kringgesprek   week 4

 

Op wie kun je blindelings vertrouwen. (Zeg niet God of Jezus, maar iemand.)

Kunnen anderen jou vertrouwen?

Als je iets beloofd hebt aan iemand, doe je het dan ook?

Denk je echt dat God je zal helpen grote dingen te doen? Een diploma halen of een ziekte overwinnen? Is het moeilijk God te vertrouwen?

Als alles tegenzit, ga je dan in de put zitten of huilen?

Zou je wel eens weg willen vliegen naar een veilige plek?

 

 

 

 

Verhaal  week 4

Ongeveer tien minuten

 

OT31c - Een reuzendruiventros en enge reuzen

Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)

 

Heb je wel eens een sprookje gehoord van een prins, die een prachtig land geërfd had, maar het pas kon innemen nadat hij de zevenkoppige draak verslagen had?

In onderstaand verhaal gaat het ook over een land en over enge reuzen… Ja echt, het staat in de bijbel, lees maar.

 

‘Mozes!’

‘Ja Heer,’

‘We zijn nu bijna bij het Beloofde Land gekomen. Als je op de berg klimt kun je het zien liggen. Nu moet je twaalf mannen van het volk nemen, uit elke stam één en die moeten het gaan bespioneren.’

‘Komt in orde, Heer!’zei Mozes. Hij was gewend om meteen in actie te komen als God hem iets opdroeg. Een keertje had hij het niet gedaan en daar had hij nog steeds spijt van…

Hij ging meteen met de leiders van de stammen praten. Zij kenden hun mensen en wisten precies wie er moed had en slim was.

 

’t Is altijd leuk als je ergens voor wordt uitgekozen, maar dit keer zat er best een risico aan.

Spion zijn is een gevaarlijk beroep. Je kunt ontdekt worden, vermoord zelfs! Maar na wat heen en weer gepraat kwamen ze er toch samen uit. Daar stonden ze dan: Sammua, Safat, Kaleb, Jogal, Hosea, (Mozes noemde hem altijd Jozua), Palti, Gaddiël, Gaddi, Ammiël, Setur, Nachbi, Geüel. Twaalf in totaal. Zie je ze al voor je?

Net als bij voetballers vóór een wedstrijd stonden ze te trappelen van ongeduld. Maar Mozes moest hen eerst nog instructies geven.

‘Trek hier het Zuiderland in en dan over de bergen. Je moet kijken of het volk dat er woont sterk is of zwak, klein of talrijk… Kijk ook naar het land zelf. Is het goed of slecht, zijn er steden en waar liggen die. Zijn er ergens vestingen. Onthoud waar er bomen zijn en of we van de opbrengst van het land kunnen leven. Dat zie je gauw genoeg. Het is nu zo’n beetje de tijd van de druivenoogst, dus kijk eens of er ergens wijngaarden zijn. Begrepen?’

Natuurlijk waren er nog wat vragen en iemand had wat goeie adviezen hoe ze zich kleden moesten zonder op te vallen. Van alle kanten kregen ze waterkruiken en eten voor onderweg. Na veel kussen en omhelzingen van hun kinderen en vrouwen en vooral veel heel veel goede wensen vertrok de groep richting het Zuiderland.

 

Wat een avontuur. Spannend ook, want hiervoor hadden ze het allemaal gedaan. Ze waren niet voor niks uit Egypte getrokken, waar ze door slavendrijvers geslagen waren en waar hun kinderen vermoord werden. ‘Ik breng je in een land van melk en honing,’ had de Heer beloofd.  Nou, kom maar op! Eindelijk zouden ze uit die vreselijk hete woestijn binnengaan in het Beloofde Land. Ze liepen en keken en deden net alsof. Ze overlegden, slim, sluw, onopvallend veertig dagen lang, aanvankelijk vol verwachting, maar naarmate de tijd verstreek steeds moedelozer. 

O Here God, wat verschrikkelijk…

Ja, oké, het wás een schitterend land, vruchtbaar tot en met. Granaatappelen, druiven, vijgen, waterbronnen. Maar…. DE INWONERS WAREN REUZEN, klerenkasten,  met handen als kolenschoppen en spierballen als boksers.

In doffe wanhoop plofte de groep verspieders tenslotte neer in een droge greppel. Sommigen hadden tranen in de ogen, anderen keken verbeten, alsof ze Mozes de schuld wilden geven van deze ‘mission impossible’ Alle twaalf? Eh… nee, niet alle twaalf.

Twee hielden de moed erin. Jozua en Kaleb.

 

‘Daar zijn ze, daar zijn ze terug!’gilde de oudste zoon van Kaleb.

Meteen was iedereen alert. Stipjes in de verte… Waren dat de verspieders? Ja hoor! O, nu zouden ze spoedig horen hoe het land was waar ze naar op weg waren. Jaaaaa! Iedereen begon te rennen om maar vooral vooraan te staan als het verslag werd gedaan. Mozes kwam ook uit zijn tent, waar hij voor zijn mensen had gebeden.

En? En? O, het was goed, dat kon je zo zien.

Kaleb en Jogal hadden een enorme druiventros bij zich, die over een stok hing. Ze moesten hem met zijn tweeën dragen, zo groot was tie. Druiven zo groot als kleine pruimen! O kijk, anderen hadden prachtige sappige granaatappels en vijgen bij zich. Machtig zeg!

St! Stil nou even allemaal, we kunnen niks verstaan!’ riep de vrouw van Gaddi, blij dat ze haar man weer heelhuids terugzag.

Toen begonnen de verspieders te vertellen. Ja, het was inderdaad een land van melk en honing, maar…

Bij het horen van het verhaal van de reuzen was het even stil en toen brak het lawaai los. Huilen, schreeuwen, wanhoop en woede barstte los.

‘Mozes, wat heb je ons aangedaan. Waren we maar in Egypte gebleven. We zullen allemaal sterven in de woestijn!’Het gejammer hield maar aan.

‘STILTE!!’ Wie ging daar op een kist staan? Wie brulde zijn longen uit zijn lijf om het stil te krijgen? Het was Kaleb en Jozua ging naast hem staan.

‘STIL ALLEMAAL!!

En het werd stil.

‘Luister goed,’zei Kaleb ‘laten we gerust optrekken en het land in bezit nemen, als de Heer met ons is en van ons houdt dan zal hij ons brengen in dit land, dat vloeit van melk en honing.’

‘Ja, voegde Jozua er aan toe, De Heer is met ons, we vrezen niet voor reuzen, hoe sterk ze ook zijn!’

 

Hoe het verder afliep? ’t Is nog een heel verhaal, maar een ding is zeker. Jozua en Kaleb kwamen er wel en alle anderen niet. Nog veertig jaar moest het volk Israël door de woestijn trekken. Dat was de straf voor hun ongeloof. 

Ja, onze God kan reuzen verslaan en daar vertrouwen we op. Bij Hem is niets onmogelijk.

 

 

 

Eerbied week 4    Ongeveer vijf minuten

Mensen zijn vaak niet te vertrouwen, Vader. Ze beloven van alles, maar vaak doen ze het niet.

We willen leren om op u te vertrouwen. 

Vader, ook vandaag zullen er ergens kinderen zijn die reuzen tegenkomen in de vorm van een ziekte of een operatie. Help hen ook dan te vertrouwen dat u bij ze bent.

Ja Heer, en er zullen ook kinderen zijn die moeilijke dingen mee maken. We brengen de namen van kinderen die we kennen voor uw troon en bidden voor ze, dat ze stand zullen houden in het geloof.

Vader, u bent onze rots en onze burcht. Met u zullen we grote dingen kunnen doen. Amen.

 

 

Opdracht   week 4

Ongeveer tien minuten

 

Het is niet zo dat een miskleun wordt vergeven en dan is alles weer net als vroeger. Nee, er zijn gevolgen. Al worden ze vergeven, toch zijn er gevolgen. Die moeten we wel onder ogen zien.

 

Bedenk eens wat voor gevolgen er aan de volgende zondes kleven

 

Adam en Eva zondigden. God vergaf hen maar….

 

Kaïn pleegde een moord. Gevolg….

 

Je laat de pudding vallen. Het wordt je vergeven, maar…

 

Iemand is alcoholist geweest. Gevolg…

 

Een kind heeft een ander kind geslagen. Gevolg…

 

Iemand heeft een pinpas gestolen. Gevolg…

 

De verspieders geloofden niet dat God hen in het beloofde land kon brengen. Gevolg…

 

Iemand heeft te hard gereden met zijn auto. Gevolg…

 

 

 

Kies uit de volgende antwoorden

1. Ze moesten nog veertig jaar door de woestijn lopen.

2. Adam en Eva misten hun zoon.

3. Ze moesten uit het Paradijs.

4. Een bekeuring.

5. Er is geen pudding na het eten.

6. Hij moet de gevangenis in.

7. Het kind heeft voortaan een litteken op zijn arm.

8. Hij heeft zijn lever beschadigd en daar tobt hij zijn hele leven mee.

 

Tekst     week 4   Romeinen 6:23

 

Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.

 

Neem evenveel kleine cadeautjes als dat er kinderen zijn. Als de tekst is opgezegd mag een kind een cadeautje pakken. Pas uitpakken als iedereen een cadeautje heeft.

 

Activiteit   week 4

Ongeveer 15 minuten 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

 

# touwtrekken.

 

# Teken, knip en plakopdracht.

a.       Teken een lantarenpaal. Iemand heeft met alcohol op te hard gereden en daardoor een kind doodgereden. Familie en vrienden leggen allerlei lieve dingen bij de paal neer.

b.       Teken een winkel met een kapotte ruit. Gisteren zijn er inbrekers geweest, die de ruit insloegen.

c.       Maak een stripverhaal van het verhaal van de verspieders. 1, Ze komen terug met een grote druiventros aan een stok. 2. Ze vertellen dat er reuzen wonen. 3. Twee verspieders zeggen dat God wel kan helpen en tenslotte 4.Teken het volk dat weer terug moet de woestijn in. Je ziet hun ruggen.

 

# Maak een Klaagmuur.

Plak een groot stuk papier op de muur en laten de kinderen er allerlei spijtbetuigingen opschrijven. Echt of verzonnen. Je kunt ook de krant erbij gebruiken.

 

# Ren je rot.

Ze kunnen naar twee punten toe rennen. A of B.

Vragen:

  1. Hoe heet de plaats waar recht wordt gesproken: A. Rechtbank of B. Raadszaal
  2. Wat is een spijtbetuiging? A. Sorry zeggen. B. Een dagvaarding.
  3. Wat is een schadevergoeding: A. Geld wat je moet betalen. B. Geld van de verzekering.
  4. Wat is een getuige? A. Iemand die het voor je opneemt. B. Iemand die het heeft zien gebeuren.
  5. Wat is een schuldgevoel? A. Spijt. B. Het gevoel dat niemand je meer mag.
  6. Wat is genoegdoening? A. Dat je genoeg gedaan hebt en dus straf verdient. B. Geld om de schade te betalen.
  7. Wat is iemand die gewetenloos is? A. Een mens, die zich niets meer herinnert. B. Iemand die geen stemmetje van binnen heeft dat hem waarschuwt dat hij iets verkeerds doet. Of er niet naar wil luisteren.
  8. Wat is naastenliefde? A. Iemand die het goede voor heeft met zijn medemens. B. Iemand die verliefd is op zijn buurmeisje.
  9. Wat is vergeving? A. Alles is weer net alsof er niets gebeurd is. B. Men neemt het je niet meer kwalijk, maar de gevolgen blijven.
  10. Wat is wroeging? A. Je kunt het jezelf maar niet vergeven. B. Vrijspraak.
  11.  Hoe kun je voorkomen dat je een miskleun maakt? A. Nooit meer buitenspelen. B. Alles met de Heer Jezus bespreken.   

 

Quiz     week 4

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

Zie de antwoorden onderaan deze pagina 

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

 Hoeveel verspieders gingen er het beloofde land binnen?

1

 Twaalf

2

 Hoeveel verspieders dachten dat ze nooit het land zouden kunnen veroveren?

2

Het volk moest nog veertig jaar omzwerven in de woestijn.

3

 Welke verspieders dachten dat God hen kon helpen?

3

 Ja, ze droegen een erg grote druiventros.

4

Wat was de straf op hun ongeloof?

4

Mozes 

5

Was het een land dat overvloed kende?

5

Kwartels en manna. 

6

 Wat voor mensen hadden ze gezien in Kanaän?

6

De Tien Geboden

7

Wie was de leider van het volk? 

7

Reuzen

8

 Waar kwamen de Israëlieten vandaan?

8

Tien

9

 Wat had God hen op de Sinaï gegeven?

9

 Egypte

10

Wat hadden ze in de woestijn gegeten?

10

Kaleb en Jozua.

 

 

Antwoorden: 1- 1    2- 8    3- 10   4- 2    5-3    6-7    7-4    8-9    9- 6    10- 5

 

 

Video   week 4

 

Materiaal – PowerPoint – Een nieuw begin.