Programma Nr.2 Week 2 Een miskleun

Geschreven door Josine de Jong (zie Bijbelverhalen.nl)

 

Lezen uit de bijbel week 2 1 Joh. 2:9

 

Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis.

10 Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val,

11 maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis.

Hij gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt.

 

Verklaring:

In het licht zijn betekent: doen wat iedereen mag zien, het goede doen dus. In het licht zijn betekent ook verstandig en wijs zijn.

In de duisternis zijn betekent stiekeme slechte dingen doen, die God heeft verboden. In het donker kun je overal over struikelen of in allerlei valkuilen vallen. Je bent eigenlijk blind. Ze zeggen wel eens: Die man heeft in blinde woede gehandeld.

Liefhebben is licht en haten is duisternis.

 

 

Kringgesprek week 2

 

Op wie ben jij jaloers?

Wat doe je met dat gevoel?

Zeg je wel eens: Ik haat je?

Is haten hetzelfde als vermoorden?

Wat vind je echt gemeen!

Kun je een pokerface opzetten. Aardig doen terwijl je er niks van meent?

 

Verhaal week 2

Ongeveer tien minuten

OT04 - DE EERSTE MOORDENAAR

Geschreven door Josine de Jong (zie bijbelverhalen.nl)

 

'Oeweh! Oewh!'

Wat is dat voor geschreeuw? O, kijk, er is een kindje geboren, een jongetje. Zijn zachte roze mondje is wijd opengesperd. Zijn vuistjes maaien driftig langs zijn wangetjes... Trots houdt moeder Eva haar eerstgeborene in de armen en vader Adam kijkt ernaar met tranen in de ogen.

'Dit wordt zeker de man van wie Vader God sprak.' zegt Eva tegen Adam. 'Laten we hem Kan noemen. Hopelijk zal hij de duivel verslaan.'

Maar bij het opgroeien merken ze al gauw, dat Kan beslist niet de Verlosser is, evenmin als Abel, hun tweede zoon en alle volgende kinderen.

Kan en Abel trekken veel met elkaar op. Toch zijn ze verschillend van karakter. Abel vindt het fijn om de schapen te hoeden, terwijl Kan meer van de landbouw houdt. Hij verzamelt zaadjes en strooit ze in de opengewerkte grond. Zo kun je van een klein beetje koren een heleboel maken. 's Avonds onder het eten praat hij er vaak over met zijn vader.

'Pa, we moeten dingen verbouwen, die we kunnen bewaren voor tijden dat er niks groeit.' stelt hij voor. 'Laten we schuren bouwen en veel verzamelen. Hoe meer je hebt, hoe fijner je leven is.' Vader knikt. Hij vindt dat hij echt een knappe zoon heeft. Ook alle broertjes en zusjes zijn vol bewondering voor Kan. Abel daarentegen vindt het niet nodig steeds zo bezorgd te zijn voor de toekomst.

'Waarom zoveel verzamelen?' zegt hij. 'Zal God niet voor ons zorgen net zoals ik voor de schapen doe?'

Ja, daar is ook wat voor te zeggen. Zo kun je van die stille Abel ook veel leren. Bovendien kun je bij hem altijd terecht voor hulp. Hij bekommert zich echt om zijn broers en zusters.

Op dagen dat het giet van de regen en je niet op het land kunt werken of met de schapen op pad kunt gaan, luistert het hele gezin naar de verhalen van vroeger. Vader en moeder vertellen ook van de Verlosser, die God beloofd heeft. De kinderen gissen hoe Die zal zijn en wat Hij zal gaan doen.

'Hij zal vast en zeker goed zijn best doen en hard werken,' meent Kan, de landbouwer.

'Hij zal steeds bij ons zijn en ons redden als er gevaar dreigt.' denkt Abel, de schaapherder.

Op een dag gaan de beide broers een dankoffer brengen aan God. Van stenen bouwen ze een soort altaar en bovenop wat dorre takjes en stukken hout komt hun offer. Kan offert zijn mooiste vruchten, een reuzenpompoen en mooi opgepoetste appels... Het is een prachtig gezicht als de blauwe druiven als trossen van het altaar afhangen. Veel mooier om te zien dan het offer van Abel. Op zijn altaar liggen stukken vlees van een geslacht lam. De vacht van het dier ligt op de grond.

'Vader God,' bidt Kan als zijn offer in rook opgaat, 'Deze vruchten geef ik u. 'k Heb er hard voor gewerkt... Vindt u niet dat ik een goeie landbouwer ben?'

Maar Abel bidt heel anders.

'Vader God, dit pasgeboren lam geef ik u. Het vet en de lekkerste stukken geef ik u, want onze overvloed komt van U. Van het vachtje maak ik een jas en de rest van het vlees eet ik op. Daarbij zal ik er echt aan denken, dat het lam zijn leven gaf voor mij en al het leven van U komt. Danku dat u altijd van mij blijft houden, ook al doe ik vaak verkeerd.'

Er komt een hemelgevoel in Abels hart, alsof vader God tegen hem zegt: 'Goedzo, Abel, z wil Ik het graag.' Fluitend gaat hij dan ook weer aan het werk.

Kan daarentegen wordt niet blij. 't Lijkt wel of God zijn offer niet wil. In plaats van Hem te vragen wat er niet goed aan is, wordt hij kwaad op zijn broer. Ja, de haat krijgt hem zelfs te pakken. God ziet wel dat zijn gezicht zo donker is als een onweerswolk en waarschuwt hem. 'Kan, de zonde staat voor je deur. Laat de woede je niet overheersen...'

Maar tevergeefs. Kan luistert niet. Hij lokt Abel mee het veld in en dan...

Door het donkere bos, ver van huis, rent een man. Het is Kan. Vlug, vlugger. Zijn adem stampt in zijn borst als een stoommachine. Struikelend over stronken en kuilen rent hij voort. Als iemand hem nu maar niet achterna komt. Stel je voor dat ze hem te pakken krijgen en dat ze hem ook...

O, Kan is een moordenaar geworden, de eerste van de wereld. Hij heeft zijn broer Abel met een flinke klap op zijn hoofd gedood, Nu is hij op de vlucht. Voor de mensen? Voor zijn herinneringen? Of voor God. Voor God kun je toch niet vluchten? Hoor, daar roept Hij al: 'Kan, waar is je broer?'

Met bonzend hart staat Kan eindelijk stil. 'Dat weet ik niet, brult hij buiten adem. 'Ben ik soms zijn herder?'

Ja, inderdaad, Kan had een herder moeten zijn voor zijn broer, maar hij was een wolf.

'Ik weet wel wat je hebt gedaan,' zegt de Here God streng. 'Ik heb het bloed van Abel gezien. Kan, vervloekt ben je! Voortaan zal de aarde je niet meer zijn volle opbrengst geven. Je zult een zwerver zijn, altijd op de vlucht!'

Het is een hele tijd stil. Kan staat daar maar met zijn handen voor de ogen. Vervloekt, vervloekt is hij. Wat erg!

'O, God,' klaagt hij dan, 'Mijn zonde is te groot. Nooit zal ik de straf ervoor kunnen dragen. U stuurt me als zwerver weg, maar als de anderen me vinden, zullen ze mij doden.'

Nog denkt hij aan zichzelf en niet aan het verdriet van vader, moeder en de anderen. God ziet hem staan, een eenzaam ontredderd mens, doodsbang voor de toekomst.

'Kind,' zegt Hij, 'Niemand zal je doden. Daar zorg Ik voor. Ik geef je een teken, zodat iedereen weet dat hij van jou af moet blijven...'

Zo toont Vader God nog zijn liefde aan die boze Kan!

Een jaartje later wordt er weer een kindje geboren bij Adam en Eva. Ze noemen hem Set, plaatsvervanger. Het troost hen over het verlies van Abel. En God doet, wat Hij beloofd heeft. Uit het nageslacht van Set wordt de Verlosser geboren.

 

 

Eerbied week 2 Ongeveer vijf minuten

Vader, ik wil wandelen in het licht, maar soms is er zoveel boosheid in mijn hart. Vergeef me. Ik mag best boos zijn om onrecht, maar houd u maar mijn hand vast.

Leer ons om met jaloersheid om te gaan. Want daar komt vechten en moord van.

Als de zonde aan onze deur klopt willen we u vragen om open te doen.

Als u van ons houdt zijn we niet meer afhankelijk van wat anderen van ons vinden.

Dank u voor uw liefde voor ons. Amen.

 

 

Opdracht week 2

Ongeveer tien minuten

 

Denkstarter 168 Kan en Abel.

 

Tekst week 2

 

Jacobus 3:16

 

Waar jaloezie en egosme heersen, vieren wanorde en allerlei kwaad hoogtij.

 

Laten de kinderen op een enge manier de worden jaloezie en egosme zeggen.

Bij het woordje wanorde gaat iedereen door elkaar heen praten.

Bij het woordje kwaad met de handen als klauwen.

Hoogtij is als het boven je hoofd rijst.

Daarna politiesirene laten horen.

 

 

 

Activiteit week 2

Ongeveer 15 minuten 

Deze week kun je kiezen uit de volgende activiteiten:

 

* knipoogje

De kinderen vormen een dubbele kring. En kind staat alleen. Het knipoogt naar een van de kinderen in de binnenste kring. Die probeert over te lopen. Als de achterste het doorheeft pakt hij haar gauw vast. Dan moet ze blijven. Als ze weg kan komen zonder gepakt te worden gaat ze achter de knipoger staan en is degene die alleen blijft weer aan de beurt om te knipogen.

 

* Jouw kans

 

Wie geeft het beste antwoord?

 

Maak een kinderjury van drie. Ze krijgen bordjes met punten, die ze zoals op de tv op kunnen steken. Ze schrijven op achter de namen van de kandidaten hoeveel punten ze gekregen hebben, van zes tot tien. Aan het eind bepalen ze de winnaar. Zorg voor een cadeautje voor de winnaar(s).

 

Een kandidaat graait in een pot en trekt er een briefje uit, waarop een vraag staat die ze moeten beantwoorden.

Als je veel kinderen hebt kun je ook met groepen werken.

 

De vragen staan op een dichtgevouwen papiertje in de pot.

Je kunt ook nummertjes in de pot doen of balletjes met cijfers erop, zoals met bingo.

Het cijfer correspondeert dan met de vraag op uw vragenlijstje.

 

De vragen gaan over hoe behandel je een ander.

 

Hieronder staan twintig vragen, maar je kunt er zelf bij verzinnen. Dit keer gaat het niet over hoe jij je voelt, maar hoe je ervoor kunt zorgen dat de ander zich bij jou voelt.

 

.

1.                   

Er is een meisje in de klas die opschept over haar dure merkkleding. Alle andere meisjes bewonderen ze. Maar er is n kind uit een arm gezin. Ze draagt altijd gedragen kleren. Je ziet haar gezicht betrekken. Wat doe jij?

 

2.                   

Jij kan goed leren en haalt een hoog cijfer voor geschiedenis, maar je beste vriend heeft heel hard geleerd en toch een onvoldoende gekregen. Hoe voorkom je dat hij jaloers wordt.

 

3.                   

Jij hebt met voetballen het winnende goal gemaakt. Een jongen uit jouw club heeft drie doelschoten gelost, maar de bal ging er niet in. Hoe help je hem over zijn teleurstelling heen?

 

4.                   

Jullie hele gezin gaat op vakantie naar het buitenland en je vertelt dat in de klas als de meester over vakantie spreekt. Er zijn ook twee kinderen die nergens naar toe gaan. De hele zomervakantie zijn ze thuis. En hun moeder werkt ook nog eens. Wat doe je om te voorkomen dat ze jaloers worden.

 

5.                   

Je vriendin ligt in het ziekenhuis met een ernstige ziekte. Het is mooi weer buiten en de klas gaat de volgende dag naar een leuk pretpark. Wat doe je, zodat ze niet jaloers wordt?

 

6.                   

Als je op schoolreis naar de Dierentuin gaat heb je veel geld meegekregen om lekkers en een surprise te kopen. Je staat een leuk ding uit te zoeken in het winkeltje van de dierentuin, maar je kameraadje die erbij staat heeft helemaal geen geld meegekregen. Wat doe je?

 

7.                   

Je hebt al heel veel computerspelen en gisteren kreeg je van je vader er nog een hele goeie bij. Je wilt het maar al te graag op school aan de andere jongens laten zien. En jongen begint jou te treiteren omdat hij jaloers is. Hij probeert de anderen aan zijn kant te krijgen. Wat doe je?

8.                   

Jij hebt een leuk thuis, je ziet er goed uit en je kunt goed leren, maar je wordt steeds gepest door een groep jongens en meiden die altijd op straat rondzwerven tot s avonds laat. Wat doe je?

9.                   

Je moeder is getrouwd met een vriend die zelf ook al kinderen had. Als die kinderen eens in de veertien dagen bij jullie komen logeren worden ze door je moeder onaardig behandeld. Jij wordt voorgetrokken. Wat doe je?

10.                

Je krijgt haatmails van een kind uit de klas, omdat je in God gelooft. Wat doe je?

11.                

Jij bent uitgekozen om in een film mee te spelen. Daarvoor mag je zelfs een paar dagen vrij van school hebben. De andere kinderen doen heel vreemd tegen je. Een vriendin gaat je erg bewonderen. Wat doe je?

12.                

Je vader is een bekende Nederlander en iedereen bewondert je als hij weer eens in een tijdschrift vermeld wordt, maar er zit ook een kind in de klas diens vader in de gevangenis zit. Wat doe je?

13.                

Jullie hebben thuis twee honden. En van die honden is van jou, maar je aait die andere ook wel eens. Dan wordt je eigen hond jaloers en begint te grommen. Wat doe je?

14.                

Je hebt een buurmeisje, dat pas haar moeder is verloren. Wat doe je?

15.                

Op je sportclub is een kind, dat thuis mishandeld wordt. Ze vertelt het aan je. Wat doe je?

 

16.                

Op school doen ze mee met een actie voor straatkinderen. Wat doe jij?

17.                

Er is iemand in je klas die bij het schaatsen zijn pols gebroken heeft. Hij woont bij jou in de buurt. Wat doe je?

18.                

Op de zondagsschool is er een nieuw kind bijgekomen, dat er nogal armoedig uitziet. Wat doe je?

19.                

Er is een kind uit een asielzoekerscentrum op jouw school gekomen, die de taal niet spreekt. Wat doe je?

20.                

De verkering van je vriendin is uitgegaan. Wat doe je?

 

 

 

 

 

Quiz week 2

Welk vraag-nummer hoort bij welk antwoord-nummer ?

Zie de antwoorden onderaan deze pagina

 

 

Vragen

 

Antwoorden

1

Waarom was Kan jaloers?

1

Omdat zijn offer niet aangenomen werd en dat van Abel wel.

2

Wat deed hij met Abel?

2

Ja, hij gaf hem een teken op zijn voorhoofd.

3

Wat deed hij daarna?

3

Hij sloeg hem dood

4

Wat deed God?

4

Hij vluchtte weg.

5

Wat vroeg God aan Kan?

5

Een lam

6

Waarvoor was Kan bang?

6

Hij zocht hem weer op.

7

Bleef God nog van Kan houden?

7

De vruchten van zijn harde werken.

8

Waarom noemden Adam en Eva

hun nieuwe kindje Set?

8

Waar is je broeder?

9

Wat had Abel geofferd?

9

Set betekent plaatsvervanger.

10

Wat had Kan geofferd?

10

Dat andere mensen hem zouden doden.

 

 

Antwoorden: 1-1 2-3 3-4 4- 6 5- 8 6- 10 7-2 8-9 9-5 10- 7

 

 

Video week 2

 

Materiaal/boekjes/Patricia de Patrijs