9. Bomenlied

 

Groeien, groeien, groeien wil ik voor de Heer.

Bloeien, bloeien, bloeien wil ik tot Zijn eer.

Waaien, waaien, waaien wil ik in de wind,

Want ik ben, want ik ben Zijn Kind.

 

Groeien, groeien, groeien wil ik voor de Heer,

lekkere vruchten dragen wil ik tot Zijn eer.

Waaien, waaien, waaien wil ik in de wind,

want ik ben, want ik ben Zijn kind.

 

Ruisen, ruisen, ruisen wil ik voor de Heer.

Bruisen, bruisen, bruisen wil ik tot Zijn eer!

Waaien, waaien, waaien wil ik in de wind,

Want ik ben, want ik ben Zijn kind.