1. Spijkerbroek

 

Ik heb een spijkerbroek, een coltrui en een jackie

en in m'n bed, daar ligt een grote teddybeer.

Die papegaai van ons, o jongens! Dat is zo'n gekkie!

Maar 't allerfijnste: 'k ben een kind van de Heer.

 

Ik heb een barbie en een pop, die echt kan tellen.

Ik heb een potlood en papier en nog veel meer.

Ik heb een computer en een kastje vol met spellen.

Maar 't allerfijnste: 'k ben een kind van de Heer.

 

Met al mijn vriendjes kan ik lachen, spelen, zingen

en op mijn fietsje zit ik haast de hele dag.

Maar in mijn bed dank ik de Heer voor al die dingen.

Danku Jezus, dat ik in u leven mag.

 

Mijn eigen kamertje is vol met leuke spullen.

Ik heb een dagboek en een reuzegroot geheim.

Ik houd van gymmen en een koppie vol met krullen.

Maar 't allerfijnste: 'k ben een kind van de Heer.

 

Ik heb een hengel en een visnet om te vissen,

Ik heb een touwtje in mijn zak en een bonkie teer.

Met mijn vergrootglas brand ik gaatjes, in een lappie,

maar 't allerfijnste: 'k ben een kind van de Heer.