11. Roetsjen van de glijbaan

 

Roetsjen van de glijbaan met een vaart.

Lekker smullen van een stukje slagroomtaart.

Ballen met mijn vriendjes op het veld.

Tot ik 's avonds in mijn bed lig uitgeteld.

En, twee, drie vier, vijfzeszevenacht.

Dan kijk ik heel tevree,

want Jezus die ging mee

Hij heeft me niet verlaten,

'k mag altijd met Hem praten.

Oei, oei, oei! Wat is het fijn,

om een kind van de Heer te zijn.